Direkt zum Inhalt

Waar ben je naar op zoek?

Populaire zoekopdrachten:

Populaire producten


Gids 7 min leestijd

Wat hoort er in de portemonnee – en wat niet?

De meeste portemonnees zijn te dik omdat er te veel in zit. Wat dagelijks mee moet, wat alleen situationeel, wat er helemaal niet in hoort – en waar de rest dan wél naartoe gaat.

Adriana P.
Bijgewerkt:
Geöffnete Leder-Geldbörse mit Kartenfächern, Scheinfach und Sichtfach

Onze aanbevelingen op een rij

Model Beoordeling Prijs Naar het product
Onze aanbevelingClassic portemonnee Wapen Lugge 4.8 van 52142 beoordelingen €49,95 Bekijken
Grote portemonnee Hias 4.6 van 520 beoordelingen €46,95 Bekijken
Muntportemonnee 4.8 van 5610 beoordelingen €29,95 Bekijken
Grote portemonnee Kobi 4.9 van 540 beoordelingen €39,95 Bekijken
Pasjeshouder Hodalump Edition 4.7 van 52006 beoordelingen €49,95 Bekijken

Alle gegevens naar beste weten op de genoemde peildatum. Prijzen en beschikbaarheid kunnen wijzigen.

De meeste portemonnees zijn niet te klein, maar te vol. Wie er ooit alles uit haalt, vindt verlopen verzekeringspasjes, stempelkaarten van bakkers waar hij twee keer is geweest, en kassabonnen van twee zomers geleden. Dat is geen ruimteprobleem, dat is een sorteerprobleem.

Deze tekst sorteert. Eerst wat dagelijks mee moet, dan het situationele, dan wat om goede redenen ergens anders thuishoort.

De basisuitrusting: wat dagelijks mee moet

Bij de meeste mensen komt het neer op vijf tot zes dingen.

  • Bankpas. De ene pas waarmee je betaalt en geld opneemt.
  • Eén creditcard. Eén. Niet drie. De tweede is reserve en mag thuis liggen – daar is hij tenslotte reserve voor.
  • Rijbewijs, als je rijdt. Tijdens het rijden moet je het bij je hebben, dat is dus geen smaakkwestie.
  • Identiteitskaart. In Nederland geldt een identificatieplicht – je moet vanaf 14 jaar op verzoek een geldig identiteitsbewijs kunnen tonen –, in België moet je hem vanaf 15 jaar zelfs altijd bij je hebben. Praktisch is hij sowieso: pakket aannemen, leeftijd aantonen, doktersbezoek.
  • Zorgpas. De ene pas die precies ontbreekt wanneer je hem nodig hebt.
  • Wat contant geld. Daarover zo meer.

Dat zijn vijf tot zes pasjes. Precies daarvoor zijn normale portemonnees gebouwd, en precies daarom volstaan acht pasjesvakken bij bijna iedereen. De rekensom daarbij staat in Portemonnee met veel pasjesvakken: hoeveel volstaan?.

Als je een identiteitsbewijs vaak moet laten zien, loont een portemonnee met venstervak – dan blijft de kaart zitten. Bijvoorbeeld de Classic portemonnee Wapen Lugge voor € 49,95 of de Grote portemonnee Hias voor € 46,95, allebei met venstervak voor identiteitskaart of rijbewijs.

Hoeveel contant geld is zinvol?

Er is geen juist bedrag, maar er is een bruikbare vuistregel: zoveel dat je een dag zonder pinnen doorkomt. Dat dekt het geval dat werkelijk voorkomt – pinapparaat defect, café alleen contant, betaalterminal offline, parkeerautomaat neemt geen pas.

Wat dat in euro’s betekent, hangt ervan af waar je woont en hoe je onderweg bent. Belangrijker dan de hoogte is dat je een tweede, aparte reserve hebt die niet in dezelfde portemonnee zit – in je jas, in je rugzak, in de auto. Want een verloren portemonnee neemt alles mee wat erin zit.

Wanneer het misgaat: munten zijn de meest voorkomende reden waarom een portemonnee uitpuilt en op een gegeven moment bij de naad opengaat. Wie veel kleingeld verzamelt, is beter af met een aparte Muntportemonnee voor € 29,95 dan met een overvol muntvak. Die gaat met één beweging open, en de hoofdportemonnee blijft plat.

Het briefje dat bijna niemand bij zich heeft

Een aanbeveling die niets kost en in geval van nood veel waard is: een klein noodbriefje in het biljettenvak. Daarop horen een noodcontactnummer met naam en relatie (‘zus’, ‘partner’), relevante allergieën of medicijnen, eventueel de bloedgroep.

De reden is nuchter: een vergrendelde smartphone heeft hulpverleners niets te bieden, een briefje in de portemonnee wel. En de portemonnee is het voorwerp dat je bij een bewusteloos persoon als eerste vindt.

Wanneer het misgaat: schrijf er niets op wat je bij verlies schaadt – geen adres met aanwijzing waar de sleutel ligt, geen rekeninggegevens. Noodcontact en gezondheidsgegevens volstaan.

Wat alleen situationeel mee moet

Deze dingen gaan erin en er weer uit, in plaats van er permanent te wonen:

  • Klantenkaarten, en wel alleen die je de komende maand daadwerkelijk laat zien. De allermeeste zijn er inmiddels als app.
  • Bedrijfspas en toegangspasjes – op werkdagen.
  • Tickets en instapkaarten – voor de duur van de reis.
  • Een pasfoto, als je weet dat er een aanvraag aankomt.

Als deze categorie bij jou permanent tien pasjes omvat – ambacht met meerdere bedrijfspassen, buitendienst, meerdere rekeningen –, dan is een grotere portemonnee inderdaad het juiste antwoord. De Grote portemonnee Kobi voor € 39,95 is de instap in het grote formaat, meer modellen staan in de collectie Grote portemonnees.

Wat niet in de portemonnee hoort

Hier wordt het concreet, en hier is de lijst kort en serieus bedoeld.

De pincode. Niet als briefje en niet als ‘geheime code’ verstopt in een telefoonnummer. Wie pas en pincode samen verliest, heeft niet alleen een praktisch, maar ook een aansprakelijkheidsprobleem: banken beoordelen dat doorgaans als grove nalatigheid.

Een reservesleutel. Portemonnee en huissleutel samen met een identiteitsbewijs waarop het adres staat – dat is de ene combinatie die je echt moet vermijden.

Alle pasjes tegelijk. Tweede creditcard, tweede bankpas, reservepas: de zin van een reservepas is dat hij niet mee verloren gaat.

De volledige contante reserve. Zie hierboven.

Kassabonnen. Ze zijn de meest voorkomende dikmaker die er is. Thermisch papier verbleekt toch met de tijd – fotografeer de bon als je hem voor garantie of boekhouding nodig hebt.

Het tenaamstellingsbewijs. Het kentekenbewijs deel II hoort niet in de portemonnee en niet in de auto, maar thuis. Alleen deel I – het eigenlijke kentekenbewijs – moet bij het rijden mee.

Waar de rest dan wél naartoe gaat

Dat is de eigenlijke truc: niet groter kopen, maar uitbesteden.

Autopapieren in een eigen map die in het dashboardkastje blijft. De Kentekenbewijsmap voor € 14,95 is daar precies voor gemaakt: kentekenbewijs, rijbewijs, verzekeringskaart, zonder dat er iets vouwt. Meer daarover in Kentekenbewijsmap: orde in de autopapieren.

Reisdocumenten in een etui dat alleen op reis meegaat. In het Paspoortetui Markus voor € 24,95 passen paspoort, identiteitskaart, ticket, pasjes en wat contant geld. De afweging daarbij staat in Paspoortetui: heb je er een nodig?.

Zelden gebruikte pasjes in een tweede, klein etui dat in je tas of rugzak ligt – bijvoorbeeld de Pasjeshouder Hodalump Edition voor € 49,95 of de slankere Pasjeshouder Hodalump voor € 15,95. Meer modellen in de collectie Pasjeshouders.

Sleutels in een sleuteletui in plaats van los in dezelfde broekzak, waar ze het leer openschuren. Het Sleuteletui Hansi kost € 19,95; het overzicht staat in Sleutelorganizer of sleuteletui.

De twee-portemonnees-aanpak

Wie het consequent wil doen, draagt twee dingen in plaats van één grote: een slanke dagelijkse portemonnee met de vijf pasjes en wat contant geld – bijvoorbeeld de Super Slim portemonnee voor € 19,95 of de Pasjeshouder voor € 39,95 met plaats voor maximaal 10 pasjes en RFID-bescherming – en een tweede etui in de tas voor al het overige.

Dat klinkt als een omweg en werkt verrassend goed: de dagelijkse pasjes liggen voor het grijpen, de portemonnee blijft dun, en de rest is toch bij de hand. Bijkomend voordeel: bij verlies is nooit alles weg.

Wanneer het misgaat: twee dingen kun je ook twee keer vergeten. Wie daartoe neigt, is beter af met één enkele, iets grotere portemonnee.

En het RFID-punt

Contactloos uitlezen van pasjes is technisch mogelijk; hoe relevant het in de praktijk is, wordt verschillend beoordeeld. Als je op zeker wilt spelen zonder van portemonnee te wisselen: de RFID/NFC-blocker pashoesjes in 3-delige set kosten € 9,95 en passen in elk pasjesvak. Portemonnees met ingebouwde bescherming staan in de collectie Portemonnees met RFID-bescherming.

Kort samengevat

  • Dagelijks mee moeten: bankpas, één creditcard, rijbewijs (verplicht bij het rijden), identiteitskaart, zorgpas, wat contant geld.
  • Contant geld: zoveel dat een dag zonder pinnen lukt – en een tweede reserve die ergens anders ligt.
  • Een noodbriefje met contact en gezondheidsgegevens kost niets en is in geval van nood veel waard.
  • Horen er niet in: pincode, reservesleutel, alle reservepasjes, de volledige contante reserve, kassabonnen, het tenaamstellingsbewijs.
  • De rest wordt uitbesteed in plaats van groter gekocht – autopapieren in de Kentekenbewijsmap, reisdocumenten in het Paspoortetui, zeldzame pasjes in een pasjeshouder.
  • Hoe minder erin zit, hoe langer de portemonnee meegaat: elk extra pasje rekt het leer bij de vouwrand op. Wat je daartegen kunt doen, staat in Leren portemonnee verzorgen.